TM: Oktober 2004

TM Oktober 2004

Alexander Nijeboer

 

Bram Vermeulen laat heimwee achter

De blueszanger is dood. Op zaterdag 4 september jl. overleed liedjesschrijver, cabaretier, televisiemaker en kunstschilder Bram Vermeulen op 57-jarige leeftijd aan een hartaanval op zijn vakantieadres in Italië. Hij schreef tijdloze liederen. ‘Ik neem steeds minder van mijzelf nog mee.’

 

‘Op een stille ochtend als deze

Met ochtendmist als dit

Als mijn ogen alle kans krijgen

Waar te maken wat zij zien

Zonder oordelen vooraf’

 

(uit: Een stille ochtend, 2003)

 

De ochtend die Bram Vermeulen (Den Haag, 1946) bezong in Een stille ochtend had heel goed de ochtend van de twaalfde januari van dit jaar kunnen zijn. Toen sprak ik hem voor het laatst. Buiten trok de ochtendnevel weg. Het zou een aangename, stralende wintermorgen worden.

Aan de keukentafel van zijn boerderij in het afgelegen Noord-Hollandse dorpje Oudendijk zat een imposante, goedlachse man achter een mok koffie. Woeste, lange haren. Nonchalante baard en een indrukwekkend postuur. Een man, zoals je je de Bijbelfiguur Samson voorstelt.

Bram Vermeulen was op zijn manier een Samson. Krachtig. Onvoorspelbaar. Tegendraads. Hij stierf jong, ver voordat de jaren hem zijn kracht zouden ontnemen.

 

‘Er is een deel van mij
In de Ardennen blijven steken
Een ander deel
Ligt in Italië aan zee
Weer een ander deel
Is in Les Landes gebleven
Ik neem steeds minder
Van mijzelf nog mee’

 

(uit: Verlangen, 1988)

 

Op zestienjarige leeftijd speelde Vermeulen als veelbelovend talent in het Nederlands volleybalteam, maar hij verkoos een cabaretcarrière boven de topsport toen hij in 1967 Freek de Jonge ontmoette. Het duo vormde Neerlands Hoop in Bange Dagen en pleegde een coup. De toenmalige Grote Drie van het cabaret (Wim Kan, Wim Sonneveld en Toon Hermans) hadden niet langer het alleenrecht op de lach.

Neerlands Hoop was een typische exponent van de jaren zeventig: op zoek naar taboes en maatschappelijke grenzen, met een mix van popmuziek en voor die tijd messcherpe, geëngageerde conferences. Vermeulen was de schrijver, vormgever en architect van het succes, Freek de Jonge de energieke theaterpersoonlijkheid. Na twaalf jaar ging het duo uit elkaar. Een bittere scheiding, vooral voor Vermeulen, die de breuk aanvankelijk moeilijk kon accepteren. Volgens De Jonge had het duo elkaar volkomen ‘uitgewoond’. Vermeulen begon een eigen band, De Toekomst, maar verkoos in 1983 een solocarrière. In zijn liederen toonde hij een grote maatschappelijke betrokkenheid, zoals in Een goede reden (1984):

 

‘Er roept iemand om hulp, kijk dan om je heen

Is er niemand die je ziet, loop dan vlug door

Zet nooit een fiets rechtop die is omgevallen

Want of je wilt of niet, jij krijgt de schuld

Ik tel mijn idealen, ik raak er steeds meer kwijt

Het went, dat gevoel van spijt, verliezen tegen de tijd’

 

‘Een tekst moet niet aan tijd gebonden zijn,’ zei Bram Vermeulen op die twaalfde januari, terwijl de wind om het huis gierde en zijn honden de gast besnuffelden. ‘Conferences over de actualiteit zijn over twee jaar waardeloos. De politici zijn vertrokken, de sfeer is anders. Teksten die inzicht geven blijven tijdloos. Ik zing nu nog nummers die ik twintig jaar geleden schreef. Nummers als Nederland is vol of Een goede reden hebben alleen maar aan betekenis gewonnen. De teksten van cabaretliedjes zijn meestal ondergeschikt aan de muziek, waardoor ze als lied vaak niet om aan te horen zijn. Bij mij moeten muziek en tekst precies vertellen wat ik wil zeggen.’

Als tiener had hij vijf platen van bluesgiganten als John Lee Hooker en Jimmy Smith in zijn kast staan. Hij draaide niets anders. De blues is nooit uit zijn werk verdwenen. Zoals in Rode wijn (1985), in België bestempeld tot het volkslied van de gescheiden man:

 

‘Het bed is ’s nachts maar half beslapen

De helft van de boeken nam ze mee

De helft van mijn salaris is ruim voldoende

Slapen kan ik nu voor twee’

 

Een week voor het interview trad hij op in een afgrijselijk zaaltje in Nieuwegein voor krap 250 man, in Nederland geen uitzondering. ‘Dit is toch prachtig,’ zei hij met oprecht enthousiasme. ‘Voor deze mensen doe ik het, daar voel ik me echt niet te groot voor.’ In België liepen de schouwburgen vol, was hij een instituut, een gevierd en gerespecteerd zanger, en kwamen er vaak meer dan achthonderd mensen op zijn liedjesprogramma’s af. ‘Dan vind ik optreden zelfs moeilijk,’ zei hij met zijn karakteristieke, rauwe stem. ‘Bram Vermeulen, de zanger, wordt dan voor mijn gevoel groter dan ik ben.’

 

Dat bij ons minder getalenteerde cabaretiers meer publiek trekken, stak hem niet. ‘In mijn genre zijn deze bezoekersaantallen het maximaal haalbare. Ik wil mezelf geen dichter noemen, maar weet je hoeveel er van een dichtbundel worden verkocht?’ In zijn werkkamer toonde hij, na even zoeken, met trots de Annie M.G. Schmidtprijs – de prijs voor beste theaterlied – die hij in 1993 won voor Een doodgewone jongen. Toch stak het hem dat hij in Nederland niet op meer waardering kon rekenen. Hij dacht niet dat hij, op de drie Edisons en de Nationale Scheveningen Cabaretprijs na, nog meer prijzen in de wacht zou slepen. ‘Ik ben maar gestopt met inzenden.’

 

‘Hij praat veel, mijn vriend, omdat het zo stil is

Hij denkt dat ik dat niet weet

En hij lacht veel, mijn vriend, omdat het niet leuk is

Hij denkt dat ik dat niet zie’

 

(uit: Mijn vriend, 1983)

 

De zanger en tekstdichter hield als hij schreef geen rekening met zijn publiek. ‘De meningen van mijn vrouw, mijn overleden vader en broer, die zijn mijn graadmeters. Ik denk ook aan wat Freek de Jonge ervan zou vinden. Hij staat voor mij voor vakmanschap en voor een hele sombere kijk op de ontwikkelingen.’

De Jonge en Vermeulen waren met Neerlands Hoop de grootste vernieuwers van het cabaret en beïnvloedden met hun werk een nieuwe generatie cabaretiers. De conferenciers onder hen zijn schatplichtig aan De Jonge, terwijl Bram Vermeulen van grote invloed is geweest op de chansonniers, zoals Maarten van Roozendaal, Diederik van Vleuten en Acda & De Munnik. Maar ook regisseerde hij Theo Maassen en NUHR.

De decennia na Neerlands Hoop zagen De Jonge en Vermeulen elkaar slechts incidenteel. De vrienden waren gebrouilleerd geraakt.

Dit jaar, vijfentwintig jaar na de breuk, was er de voorzichtige verzoening, vertelde Vermeulen. Ze mailden weer en De Jonge werd in het Nieuwe de la Mar theater gezien, waar hij Vermeulens laatste voorstelling Zonder titel bijwoonde. Toch bedankte Vermeulen voor de uitnodiging mee te spelen in De Jonges cyclus De vergrijzing. Voor een definitieve verzoening was het volgens hem nog te vroeg.

 

‘Ik heb een steen verlegd
In een rivier op aarde
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten
Ik leverde het bewijs van mijn bestaan
Omdat door het verleggen van die ene steen
De stroom nooit meer die zelfde weg zal gaan’

 

(uit: De steen, 1985)

 

Zonder titel was een intiem en persoonlijk programma, met een selectie liederen die hij als de beste uit zijn oeuvre beschouwde. Ook zou hij dit jaar het theater ingaan met de voorstelling Mannen maken oorlog, een voorstelling die zijn geëngageerde kant moest tonen.

 

Wie Bram Vermeulen ging interviewen, moest beschikken over engelengeduld en een ruime voorraad bandjes. Reïncarnatie, het ontstaan van de wereld, buitenaards leven én politiek waren zijn stokpaardjes. Hij kon er, eenmaal op dreef, uren over praten. Uitgesproken. Betrokken. Oprecht. ‘Het beleid van Israël en Amerika maakt mij boos. Palestina is bezet, die mensen kunnen al generaties helemaal niets. Dan hoef je niet verbaasd te zijn dat er Palestijnen zijn die een bom op hun borst binden en een café binnenlopen.’

Mannen maken oorlog zou afsluiten met het lied Het verschrikkelijke inzicht. ‘Dat lied gaat over het inzicht dat wij mensen eigenlijk oorlog willen. Waarom voeren we oorlogen en lossen we die conflicten niet op?’ Niet dat hij in dat lied de strijdende partijen op de korrel neemt. Hij zocht Het Tijdloze Lied en schreef er tientallen. De blueszanger Bram Vermeulen is dood, maar laat een prachtig, tijdloos oeuvre na.

 

‘En als ik doodga, treur maar niet

Ik ben niet echt weg, moet je weten
Het is de heimwee, die ik achterliet

Dood ben ik pas, als jij die bent vergeten’

 

(uit: Testament, 1990)

 

Alexander Nijeboer

Dit bericht delen:

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email

BRAM!

Vijfenzeventig zou hij zijn geworden. Dit jaar. Bram Vermeulen. Cabaretier en componist, dichter en zanger, kunstschilder en theatermaker. En bovenal: inspirator van vele, vele muzikanten.

Lees Verder »

Kunst met een schaterende glimlach

Jurjen K van der Hoek schrijft een prachtige recensie over het boek ‘Bram de schilder’ op zijn blog: https://jurjenkvanderhoek.tumblr.com/post/623732986449461248/kunst-met-een-schaterende-grimlach?fbclid=IwAR2FDF1Fhz4m9SPpPRqu9Qoy0z5FJMYH_YwCLUZpDDVPevHpGejY6XpCPLc. Benieuwd geworden na het lezen van

Lees Verder »

Bestelling

Plaats hier uw bestelling voor het boek “Bram de Schilder” en/of de Dubbel Live CD “De Verzameling“. 

U ontvangt van ons een E Mail met betaalinstructies. Na ontvangst van uw betaling versturen wij uw bestelling met PostNL naar uw adres.